Maritiem Erfgoed Blankenberge

Getuigen uit het maritieme verleden

De oude Blankenbergse vissershaven werd uitgebouwd tot een fraaie, moderne jachthaven waar het tijdens alle seizoenen bijzonder aangenaam toeven is. Dankzij de aantrekkelijke heraangelegde havenkade en de exclusieve ligging nabij het stadshart, het strand en de duinen is deze jachthaven een unicum aan de Belgische kust. In en rond de moderne jachthaven  vindt de bezoeker nog heel wat getuigen uit het maritieme verleden van Blankenberge. Met het project Maritiem Erfgoed Blankenberge wil het Stadsbestuur het publiek kennis laten maken met verschillende van deze getuigen. Misschien zal de bezoeker na deze kennismaking meer willen vernemen over de boeiende maritieme geschiedenis van Blankenberge. Terzelfdertijd is het project Maritiem Erfgoed Blankenberge een eerbetoon aan het rijke, maar vaak harde, vissersverleden van Blankenberge.

HMS: Heritage and Maritime Memories in the Two Seas Region

hms logo (copy)Blankenberge is partner in het grensoverschrijdende project HMS “Heritage and maritime memories in the 2 seas region” of “Erfgoed en het maritiem geheugen in de 2 zeeën regio”. Dit is een ambitieus grensoverschrijdend maritiem erfgoedpartnerschap tussen regionale en lokale organisaties uit 4 Lidstaten in de 2 Zeeënregio. Dit partnerschap vloeit voort uit de sterke gemeenschappelijke culturele en historische maritieme identiteit van het gebied. De zee, onze gemeenschappelijke 'grens', verenigt de maritieme gebieden (b.v. ferry's, het Kanaal of de Noordzee, historische smokkelactiviteiten, enz.), verdeelt ze ook (b.v. veldslagen, oorlogen) en zorgt voor inkomsten (b.v. visserij, toerisme).

Het gaat om een uniek project, omdat het maritieme erfgoedorganisaties uit de vier landen van de 2 Zeeënregio samenbrengt en daarmee het hele programmagebied van het 2 Zeeënprogramma bestrijkt. Samen vormen de partners een hecht, divers en complementair netwerk van maritiem erfgoedorganisaties, gaande van lokale overheden, musea en attracties tot kleinschalige organisaties die met vrijwilligers werken, die vaak zwakker staan op het gebied van grensoverschrijdende samenwerking.

www.maritime-history.eu

Brochure (met plan) in het nederlands
Brochure (map inclusive) in English
Brochure complète (avec carte) en français
Broschüre (mit Karte) auf deutsch

De haven van Blankenberge

018_haven (copy)De visserij was in het oude Blankenberge de belangrijkste broodwinning. Toch wijst niets er op dat Blankenberge vroeger over een schuilhaven beschikte. De Blankenbergse visserij had daar nochtans behoefte aan. Getuige daarvan een “Verzoekschrift aan Maria-Theresia Keyserinne en Koninginne door de Visscherye van Blankenberge om een bassin, schuylplaetse ofte mouille te accorderen voor de schuyten”. Dit verzoekschrift dateert van vóór 1789. Niettegenstaande deze noodzaak, startten de werken aan de haven van Blankenberge pas in 1863. In 1871 kon de schuilhaven in gebruik genomen worden. Maar er waren van bij het begin problemen: het was voor de schuiten bijna onmogelijk om bij westenwind uit te varen en er was  onvoldoende diepgang voor de latere kielschepen. In 1912 waren er plannen om een nieuwe haven aan de westkant van de huidige havengeul aan te leggen. Het project werd na W.O. I heropgevist maar uiteindelijk, door geldgebrek, werd dit plan afgeblazen.

Het Blankenbergse visserijbedrijf kende tussen de beide wereldoorlogen een constante achteruitgang. In 1928 telde de Blankenbergse vissersvloot nog 41 vaartuigen, in 1937 was dit aantal gedaald tot 20. In juni 1944 werd de volledige haveninfrastructuur vernield door de Duitsers. De hamvraag was nu of de haven van Blankenberge al dan niet behouden moest blijven. Uiteindelijk besliste men tot het behoud en het herstel van de haven maar… de vissersvaartuigen, die op het einde van de oorlog op bevel van de bezetter vertrokken waren, kwamen niet terug en het havenbedrijf kwijnde weg. Het was in de periode 1953-1954 dat enkele personen de omschakeling naar een jachthaven voorstelden. Het toenmalige gemeentebestuur zag hier eveneens een nieuwe toekomst voor de haven en kreeg begin 1955 de toelating om een eerste steiger in de haven aan te leggen. De havengeul werd uitgebaggerd en op 9 juli 1955 werd de Blankenbergse jachthaven in aanwezigheid van heel wat personaliteiten ingehuldigd.

Het aantal jachten groeide sterk aan, nieuwe steigers werden geplaatst en de oude vissershaven raakte verzadigd. In de tweede helft van de jaren zestig groeide de idee om de spuikom als jachthaven in te schakelen. De werken hiervoor startten op het einde van de jaren zeventig en op 21 juni 1980 werd dit nieuwe gedeelte van de jachthaven opengesteld. Vanaf dan kon de Blankenbergse jachthaven plaatsbieden aan ongeveer 750 zeiljachten.

In het jaar 2000 werd het recentste hoofdstuk in de Blankenbergse havengeschiedenis geschreven. Er werd gestart met een nieuwe jachthavenuitbreiding die plaats bood aan nog eens 250 bijkomende zeiljachten. Ook de omgeving van de jachthaven kreeg een facelift: de noordelijke havenkade (barcadère) werd vernieuwd, de kleine landtong bij het vismijntje verdween, er kwam een nieuw wandelpad en de Franchommelaan werd heraangelegd. Op 21 mei 2004 werd de uitgebreide jachthaven, goed voor ongeveer 1000 ligplaatsen, officieel geopend.

De Blankenbergse schuit B1 Sint-Pieter

007_Scute (copy)Bijna een eeuw nadat de laatste Blankenbergse schuit of platbodem uit de vaart werd gehaald, bouwde een groep enthousiaste mensen uit uiteenlopende kringen een replica van een  Blankenbergse schuit: de B1 Sint-Pieter. Blankenberge had geen schuilhaven en de schepen moesten op het strand aanmeren. Als er behoorlijk wat branding stond kwamen deze schuiten bonkend aan op het strand. De Blankenbergse schuiten waren dan ook bijzonder stevig gebouwd. Ze waren ruim 11 meter lang, een kleine 5 meter breed en ze hadden een diepte van 3 meter. De platte bodem stak maar een halve meter onder de waterspiegel. De schuit had geen kielbalk maar wel een stevige eiken kielplank. Dwars op die kielplank stonden zware eiken spanten waarop de brede olmenhouten planken van de buitenhuid vastgespijkerd werden. De vrij ronde voorsteven bepaalde sterk het beeld van de Blankenbergse schuit.

De Blankenbergse schuit had twee strijkbare masten: een grote mast van zo’n 13 meter en een kleine mast of fokkenmast van 6 à 7 meter. Op de spitse top van de grote mast stond een ijzeren spil, waarrond de windvaan met rode wimpel waaide.

De nagenoeg vierkante zeilen waren aan een ra opgehangen. Doordat deze ra’s op een derde van hun lengte vastgebonden waren aan de mast, hingen ze wat schuin. De natte katoenen zeilen en vooral de ra’s waren vrij zwaar en werden daarom met katrollen opgetakeld.

Omdat de Blankenbergse schuit geen kiel had, dreef het schip bij het zeilen sterk af. Om dat driften tegen te gaan, had het schip over beide zijboorden een zwaard hangen. Het zwaard aan de lijzijde werd telkens  neergelaten. De vissers maakten het zwaard met touwen aan drie bolders op de scheepsboord vast. Als de schuit van koers veranderde en de wind van de andere kant kreeg, moest de bemanning tegelijk de zeilen strijken en aan de andere kant weer optrekken én het zwaard optrekken en dat van de andere kant neerlaten. Neen, gemakkelijk zeilen was het niet met zo’n Blankenbergse schuit.

De Blankenbergse schuit was voor een groot deel een open schip zonder dek. Wel was aan de voorkant een overdekte roef getimmerd als verblijf voor de bemanning. Er stond een kacheltje met kolenbak om zich te warmen, koffie te zetten en vis te bakken. Tegen de achtersteven was een verhoog getimmerd van waarop de stuurman zijn roer kon bedienen. Het roer was een zogenaamd vissend roer, dat gedeeltelijk onder de bodem uitsteekt, maar opgehaald kon worden in ondiep water. De bemanning van een schuit bestond meestal uit 5 man: de stuurman, drie maats en de laver. Op 10 september van 1999 werd de B1 Sint-Pieter onder massale belangstelling te-water-gelaten. Momenteel staat de Sint-Pieter voor restauratie op het droge in de Scuteloods.

www.descute.be

Conscience monument

013_consciencehendrik (copy)Het monument dateert van 1912 ter herdenking van de 100-jarige geboorte van Hendrik Conscience. De schrijver verbleef in de jaren zeventig van de negentiende eeuw regelmatig als badgast in de oude vissersstad. Mecenas van het monument was aannemer en reder Victor Dumon die voor WO I eveneens een paar ontwerpen maakte voor een nieuwe schuilhaven aan de westkant van de havengeul.  Het monument vertoont een zeer gelijkend Conscienceportret alsook “een vlaamschen visscher, verslonden in lezing van een der talrijke verhalen van onzen grooten romanschrijver, met het opschrift : Hij leerde zijn volk lezen”.

Bunkers uit WOII

Aan de westkant van de havengeul bevinden zich nog een geschutsbunker en een personeelsbunker. Het zijn restanten van het Steunpunt Blankenberghe-Mole dat als doel had de havengeul te verdedigen. Iets verder ligt een Tobruk, enig in zijn soort omdat de toegang zich achteraan bevindt in plaats van aan de zijkant

Badkarren

020_badkar (copy)De badkarren zijn onlosmakelijk verbonden met het Blankenbergse strand. Naar een plan uit 1940 van architectmeetkundige Julien Heyneman werden een aantal replica’s gebouwd van originele historische “enkele” badkarren.

Al in het jaar 1838 verschenen de eerste vier badkarren “Cabines Mobiles” op het strand van Blankenberge. Het gebruik van dergelijke karren voor het nemen van een zeebad kwam overgewaaid uit Engeland.

Het beroep van badkarhouder was niet te onderschatten: hij stond van ’s morgens vroeg tot valavond ten dienste van de baders. De badkarhouder en zijn mannen trokken de badkarren naar de vloedlijn waar de baders zich, ver verwijderd van nieuwsgierige blikken, konden omkleden. De baders konden een beroep doen op een begeleider, “un guide-baigneur” die behulpzaam was bij de badkuur door het begieten met zeewater, het onderdompelen of het bieden van een steuntje in de golfslag. Medische literatuur en vulgariserende publicaties prezen niet alleen de kwaliteiten van het zeewater maar beschreven eveneens hoe best een zeebad kon genomen worden: begieting, onderdompeling, golfslag en zeeluchtkuur werden ten zeerste aanbevolen.

Een badticket gaf recht op een badpak en een handdoek bij de badkarhouder die het linnen moest wassen en het droogde aan zogenaamde droogstaken.

Waarschijnlijk als gevolg van het groot aantal badkarren en het probleem voor de baders om hun badkar terug te vinden, verschenen de badkarren vanaf juni 1872 in een veelkleurige tint op het strand.

De toename van het aantal badkarhouders en badkarren en de toewijzing van een plaats op het badstrand veroorzaakten op zeker ogenblik afgunst en wrijvingen. Om dat te verhelpen ging men al in 1858 over tot loting om de laats - het lot - te bepalen.

001_jaquelinedenise (copy)De Garnaalboot B72 - Jacqueline-Denise

Deze prachtig gerestaureerde garnaalboot heeft een bewogen geschiedenis achter de rug. De Jacqueline-Denise is een houten vaartuig dat gebouwd werd op de werf Borrey in Oostende. De kiellegging vond plaats in 1939 maar het schip was pas volledig afgewerkt in 1942. Het vaartuig maakte deel uit van de vissersvloot tot eind 1951. Nadien werd de Jacqueline-Denise verkocht en ondermeer gebruikt als pleziervaartuig in Zeeuws-Vlaanderen. In de jaren 1980 kwam het schip, dat intussen in heel slechte staat verkeerde, weer naar Blankenberge. Om dit waardevolle stuk maritiem erfgoed niet verloren te laten gaan, besliste het Stadsbestuur om de Jacqueline-Denise te laten restaureren én opnieuw vaarklaar te maken. Dat gebeurde op de scheepswerf Vandamme-Hutsebaut in Zeebrugge tussen juni 2005 en april 2006.

Het vaartuig heeft een lengte van 14,10 meter, een breedte van 3,60 meter, een maximale diepgang van 1,65 meter en een bruto tonnenmaat van 18m3. Een moderne dieselmotor van 130 pk vervangt de oorspronkelijke hulpmotor van 34 pk maar verder werd het gerestaureerde vaartuig precies uitgevoerd zoals het origineel. Er zijn twee masten met giek en gaffel en de besturing gebeurt met de helmstok.

Deze garnaalboot is één van de weinige overgebleven vaartuigen van de Belgische maritieme vloot en heeft dan ook grote historische waarde. Het is een typische boot van tussen de twee oorlogen. De rompvorm, spanten, kiel en helling van de voorsteven zijn typisch voor deze periode. Het type symboliseert de overgang van de zeevisserij met zeilen naar de gemotoriseerde vaartuigen.

De Loodskotter

Kotters werden van de 17de tot de 19de eeuw bij ons en in onze buurlanden gebouwd. Die houten zeilvaartuigen zijn niet alleen gebouwd en ingezet als loodsboten, maar ook als vissersschepen. De replica van een 19de eeuwse loodskotter wordt, net als de historische loodskotters, gebouwd in eik. De loodskotter wordt ruim 16 meter lang, 4,6 meter breed en zal een diepgang hebben van 2,8 meter. Een loodskotter was een wendbare en vlotte zeiler met een zeiloppervlak van 140 m2. Het schip biedt plaats aan 10 bemanningsleden en kan grote afstanden aan. De hele structuur van de kotter wordt gedragen door in de juiste vorm gekapte middenbalken. Die lopen van de achtersteven tot de voorsteven, over de kiel. Daarop zijn de 38 stevige eiken spanten aangebracht die de uiteindelijke vorm van de romp bepalen. Het dek is in oregonplanken gelegd. Momenteel is de loodskotter in opbouw.

www.descute.be

De Podiumboot B 606 Victorine

010_Victorine (copy)Deze “doorgesneden halve boot” is als het ware het zusterschip van de B72 Jacqueline-Denise. In tegenstelling tot de B72 Jacqueline-Denise heeft de B606 Victorine wél een stuurhuis. Dit duidt op de overgang naar modernere vaartuigen met motor en bediening vanuit een stuurhuis. De schipper van de B606 was Bertje Puupe wiens echte naam Albert Goes was. In Blankenberge wordt in het vissersmilieu altijd een bijnaam of lapnaam gebruikt. Het schip was genoemd naar zijn moeder Victorine.

Na W.O. II is de nummering van alle vissersboten veranderd in functie van hun thuishaven. De vissersvaartuigen in Blankenberge beginnen met 601. Met de podiumboot wordt ook hulde gebracht aan de Blankenbergse boten die bij de “grote haringcampagnes” in W.O. II voor onze kust op mijnen liepen en vooral aan hun moedige bemanning die daarbij het leven liet: de B24, B32, B36, B65 en de B121.

Het Huisje van Majutte

002_HuisjeMajutte (copy)De Breydelstraat in Blankenberge werd tot het jaar 1900 bijna uitsluitend bewoond door kroostrijke vissersgezinnen. Destijds was er een vissersgemeenschap die 66 van dergelijke huisjes en 2 kroegjes telde. Het krioelde er van de kinderen. De straat heeft een ver verleden als kern van de oude visserij en was zeer schilderachtig. Het straatje liep uit op een duin die luwte bood aan de lage visserswoningen. De bewoners van deze vissershuisjes woonden zeer dicht bij hun platbodemschuiten die op het strand werden getrokken.

Van de visserssfeer van weleer getuigen nog twee “beschermde” huisjes: nr. 27 en nr. 10, het schilderachtige Huisje van Majutte met zijn witte puntgeveltje. Het heeft een ondiepe fundering, drie stenen diep in het duinzand. Je moet je hoofd buigen om door de dubbele “koestaldeur”, twee treden omlaag, binnen te komen. In de stutten van de balken herken je overal het scheepswerk. Je vindt in het huis balken in alle soorten gejut hout: olm, eik en spar. Een boogvenstertje gaf destijds uitzicht op de duinen. Een schoorsteenmantel met Delftse tegels domineert de woonplaats. In de haard is er een merkwaardige oude inscriptie, een spreuk, met de in elkaar verstrengelde woorden : ”Maeghere Cuecken en Herten Blye”. De vloer is belegd met kleine roodgebakken tegels. In de keuken is er een tweede open haard met weer een grote schoorsteenmantel en een oude rondgemetste “pekelput” afgesloten met een houten deksel. In de balken boven de keuken zit een plank van een Blankenbergse schuit verwerkt, wellicht aangespoeld, als enige restant van dat historische vaartuig.

Een indrukwekkend houten gebinte draagt het dak van Boomse pannen en bergt een grote zolderruimte. Het huis blijft fris in de zomer en warm in de winter. Niemand, zelfs dit huisje niet, vertelt je hoe oud het precies is. Het huisje werd vele generaties lang bewoond door de vissersfamilie De Bruyne, de “Majuttes”. De laatste visser die er woonde was Pee Majutte.

Scheepswerf Jan Vandamme -  Scuteloods

009_Scuteloods (copy)In 2006 werd de scheepswerf Jan Vandamme, gelegen aan het Bevrijdingsplein 15, in gebruik genomen. Het bedrijf is een filiaal van de werf Traditionele Scheepsbouw Vandamme-Hutsebaut uit Zeebrugge. Aan het hoofd staat de bekende scheepsbouwer Jan Vandamme. Het bedrijf is gespecialiseerd in nieuwbouw, restauratie, herstelling en onderhoud van houten vaartuigen. Vaak komt de restauratie van zeer oude of zwaar gehavende boten neer op het (bijna) volledig herbouwen van het schip. Soms kunnen een aantal originele onderdelen nog herbruikt worden. Bedoeling is om in de scheepswerf de oude bootbouwtradities in ere te houden en te demonstreren.

Maritiem Museum De Scute

Op de bovenverdieping van de Scheepswerf Jan Vandamme – Scuteloods, is een museum ingericht over de Blankenbergse schuit en de Blankenbergse visserij. Naast inbreng uit het bezit van de vzw De Scute, particuliere inbreng en bruikleen zijn belangrijke stukken uit de Collectie Bayot (in 2006 aangekocht door de Stad Blankenberge) geïntegreerd.

De Vrije Visscherye

Wellicht zoekt iedereen naar waar hij vandaan komt… welke gebruiken typisch waren voor zijn voorouders, … De Blankenbergse “roots” gaan steeds te rug naar de visserij. Een kleine vissersplaats aan de Vlaamse kust is Blankenberge al lang niet meer, maar folkloregroepen die de herinnering aan toen levendig houden zijn er wel. De visserijfolkloregroep “De Vrye Visscherye” is er één van. De vereniging bestaat twintig jaar en laat ons kennis maken met diverse oude ambachten. Alle leden zijn uitgedost in typische kledij: de mannen met blauwe zeemansbroeken, een bazeroen, een halsdoek en een visserspet. De vrouwen in een rode rok met een schort ervoor, een bloes met een sjaal over de schouders en de typische witte muts, het “puupemutsetje”. Op diverse activiteiten, zoals de jaarlijkse zeewijding, de bedevaart naar Meetkerke en de processie van Wenduine, is de Vrije Visscherye aanwezig maar uiteraard staan ook de Fokloristische Havenfeesten en de Paravangfeesten op de agenda.

021_ebbe&vloed (copy)Ebbe & Vloed

Een andere vissersfolkloregroep is Ebbe & Vloed, opgericht in 1982. De bedoeling was en is nog steeds om de oude visserstradities en ambachten in ere te houden en uit te dragen. De leden van Ebbe & Vloed zijn gekleed in de oudste visserskledij die dateert van vóór het jaar 1900: rode hemden met witte bretellen, een zwarte wijde broek waarin twee munten zijn genaaid en rode kousen. Ebbe & Vloed brengt jaarlijks op verschillende manieren hulde aan de oude Blankenbergse visserij.

011_Zeegenootschap (copy) Het Zeegenootschap

Het Zeegenootschap, een club van vrienden die gepassioneerd zijn door het leven op zee, kreeg in 1994 de toestemming om een “zeemuseum” en een nautisch en didactisch informatiecentrum in het vuurtorengebouw in te richten. De zalen van het vuurtorengebouw bevatten vandaag ontelbare relicten uit de maritieme geschiedenis: een ankerlicht, roeispanen, opgezette vogels, seinlampen, vispersen, een matrozenpak, oude zeekaarten... Elk voorwerp is netjes bewaard en heeft intuïtief een plaats gekregen in het museum. In de traphal hangen foto’s van oude vissers uit Blankenberge. Wie het museum aandachtig bekijkt ontdekt dat het méér is dan een bewaarplaats. Het is een soort monument voor de grote zeehelden. Er is een gedenkplaats waarin oceaan- en wereldzeiler Staf Versluys een bijzondere plaats heeft gekregen en er zijn ook opschriften aangebracht ter ere van Jacques Brel, vriend en leeftijdsgenoot van Versluys. Het museum is gesloten voor renovatiewerken tot nog te bepalen datum.

028_vuurtoren (copy)Vuurtoren

De meeste vissersplaatsen aan onze Vlaamse kust hadden al in de middeleeuwen hun vierboete of vuurtoren die diende als oriëntatiepunt voor de vissers. De oudste informatie over de Blankenbergse vuurtoren dateert uit het begin van de 14de eeuw. Vroeger diende men de benaming “vuur-toren” letterlijk te nemen: vaak waren het eenvoudige bakstenen constructies op een duin met daarin een stenen zolder en rooster waarop stro en, vanaf de 18de eeuw, ook steenkool verbrand werd zodat de vissers op zee de weg naar huis konden vinden. Met de aanleg van de Blankenbergse schuilhaven werd een nieuwe vuurtoren gebouwd die in 1872 werd ingehuldigd. De Duitsers dynamiteerden dit bouwwerk in 1944. De huidige betonnen vuurtoren dateert van na W.O. II (1951). Deze vuurtoren bevatte ondermeer een leef- en kantoorruimte voor de vuurtorenwachter en zijn gezin. De stijl herinnert aan het interbellum. Tegenwoordig wordt de vuurtoren volautomatisch bediend en wordt deze niet meer bewoond.

015_shantykoor (copy)Shantykoor

In de schaduw van de havenbuurt werd begin 2000 het “Shantykoor Blankenberge” opgericht. Immers: ons maritiem erfgoed beperkt zich niet alleen tot het tastbare maar ook onze taal, ons dialect en onze liederen moeten we koesteren. Het Shantykoor, dat een mannenkoor is, brengt zowel het universele shanty-repertoire uit de vier windstreken als typische Vlaamse zeemansliederen. Shanties zijn werkliederen die vroeger aan boord van grote zeilschepen werden gezongen om het werk te begeleiden. De shantyman was de voorzanger die het ritme aangaf. Op dat ritme werden het anker gelicht, de zeilen gehesen en het dek geschrobd. Een typisch Vlaams zeemansliedje is het “Liedje van den Oarinck”, een traditioneel havenlied dat zich vanuit het Blankenbergs visserskwartier verspreid heeft over de Oostkust. Het Blankenbergse dialect heeft zich in de besloten vissersgemeenschap, in zijn eigen klankkleur en doorspekt met veel specifieke woorden en uitdrukkingen van de zee, tot vandaag gehandhaafd. Het Shantykoor Blankenberge werd in haar korte bestaan een vaste waarde op vele grote maritieme evenementen in het binnen- en buitenland. Het koor telt meer dan veertig zingende leden en drie accordeonisten voor de begeleiding, allen uitgedost in de typische zeemansplunjes van het Blankenbergse vissersvolk. De volledige bemanning luistert als één man naar haar vrouwelijke dirigente, Annemie Bourdon.

www.shantykoorblankenberge.be

022_klassiekevloot01 (copy)Klassieke vloot

Wat de visserij voor Blankenberge betekent, wordt vaak afgedaan als een hoop sentiment, een stuk vervlogen tijd, een folkloristisch gebeuren. Eens, in lang vervlogen tijden, was het visserijgebeuren de hoofdbedrijvigheid. Alles draaide toen rond vissen, mijnen, zeilen, transporteren, leuren, enz. Sedert het jaar 2000 is de vereniging “Klassieke Vloot” actief. Het is een vloot van klassieke vaartuigen of replicas, eigendom van gepassioneerde jachtlui met hetzelfde sentiment rond oude scheepjes.

012_paravang (copy)De Paravang

Wandelen en rustig genieten in open lucht waren voor de badgasten van toen geliefkoosde vormen van ontspanning. Deze recreatie, in functie van de gezondheid, lag aan de basis van enkele publieke constructies zoals het windscherm aan de jachthaven van Blankenberge dat dateert van 1908. Dit windscherm, in de volksmond de ‘paravang’ afgeleid van ‘paravent’, is een mooi voorbeeld van de eclectische bouwtrant zoals die in het begin van de 20ste eeuw werd toegepast in de kustarchitectuur. Deze dubbele, open, wandelgang bestaat uit gietijzeren steunen met overkragingen en daartussen een beglaasde wand met houten zitbanken. De ‘paravang’ heeft een fraai uitgewerkte dakbedekking in neogotische trant met sterk exotische inslag: zie de kleurrijk geglazuurde daktegels en nokpannen met schelpmotief, gemarkeerd door spitse gotische torentjes met omkrullend bladwerk. De Blankenbergse ‘paravang’ is één van de getuigen uit de tijd van het elitaire badtoerisme. Maar ondanks de sterk gewijzigde vakantiepatronen is en blijft het windscherm nog steeds een trefpunt en een aangename zitplaats voor Blankenbergenaars en toeristen met zicht op de jachthaven of het Leopoldpark.

016_havenfeesten (copy)De Folkloristische Havenfeesten

Om de maritieme sfeer van weleer te herbeleven worden elk jaar, tijdens het verlengde Hemelvaartweekend, de “Folkloristische Havenfeesten” georganiseerd. Deze “Folkloristische Havenfeesten” zijn een echte toeristische topper geworden. Vier dagen lang kunnen inwoners en toeristen genieten van een groot aanbod activiteiten. Er zijn de Havenfoor, verschillende tentoonstellingen en demonstraties. Op zondag trekt de Vissersstoet door Blankenberge.

004_staketsels (copy)De staketsels

De staketsels behoren tot de infrastructuur van de haven en markeren de vaargeul. Deze twee constructies, in het bijzonder het oosterstaketsel, zijn altijd al een belangrijke toeristische attractie geweest. Er was de promenade naar het staketsel waar men een frisse neus kon halen, het spel der golven kon bekijken en van de schilderachtige kustlijn kon genieten. De houten staketsels waren regelmatig aan vernieuwing toe en na de vernieling ervan door de Duitsers op het einde van W.O. II werden ze volledig herbouwd. Het houten oosterstaketsel in het begin van de jaren vijftig en het betonnen westerstaketsel in het begin van de jaren zeventig.

005_stuurman (copy)Het standbeeld De Stuurman (Sterken Dries)

Vlakbij de vuurtoren, op het einde van de Zeedijk en aan de inkom van de haven, staat het standbeeld De Stuurman. Het standbeeld dateert van 1960. Als hulde aan de Blankenbergse vissers werd het afgegoten van een gipsen beeld dat gemaakt werd door beeldhouwer Guillaume Charlier in het jaar 1900. Het monument dat een visser aan het roer afbeeldt, wordt in de volksmond “Sterken Dries” genoemd. Sterken Dries was de bijnaam of lapnaam van de gekende Blankenbergse visser Andries Jurewyts die leefde van 1818 tot 1896. Ieder jaar wordt tijdens de Fokloristische Havenfeesten hulde gebracht aan de overleden zeelieden. Er worden bloemen neergelegd aan de voet van het monument en alle maritieme verenigingen benadrukken met hun aanwezigheid het respect voor de zee. De zee die geeft en de zee die neemt.

De spuikom en het sashuis

Tot de infrastructuur van de haven behoort eveneens de spuikom, tegenwoordig een deel van de jachthaven. Dit was een groot waterreservoir, met een oppervlakte van 6 ha, dat bij opkomend tij volliep. Als de hoogste waterstand bereikt was werden de sasdeuren afgesloten om dan bij laag tij met het opgespaarde water de havengeul te spuien m.a.w. het aangeslibde zand uit de vaargeul naar zee te spoelen. De sasmeester kondigde traditioneel met de trompet het openen van de sassen en het spuien aan. Als verwittiging trok hij een half uur vóór het spuien een korf op aan een mast bij de sassen. Eens het half uur voorbij ging de sasmeester op een strategische plaats bij de havengeul post vatten en na twee trompetstoten richting zee en twee richting haven werden de sassen geopend. Dit schouwspel bij de havengeul speelde zich een laatste keer af op 11 augustus 1976.

014_havenwandeling (copy)De Blankenbergse havenwandeling

In 1994 werd de Blankenbergse Havenwandeling voorgesteld. Via een wandeling vanuit het Leopoldpark, langs de Zeedijk, de havengeul, de oude en de nieuwe jachthaven kan men een historische verkenningstocht maken door dit prachtige stukje van Blankenberge.

De brochure Havenwandeling Blankenberge is verkrijgbaar bij de Dienst voor Toerisme, men kan eventueel een beroep doen op een gespecialiseerde gids (op aanvraag, in het Cultuurcentrum).